Meditatie

“Aan het einde der tijden”, zegt God,

“zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten”

Hand. 2, 17a

 

Het Pinksterfeest heeft  in mijn visie allereerst te maken met “bezieling”. Mensen worden bezield, zo lezen we in Handelingen 2.

We zien dan in de eerste plaats de eerste Christenen, de mensen die zelf bezield werden. Het zijn de mensen, die – zoals in Handelingen 1 staat- eendrachtig bijeen waren in de opperzaal van Jeruzalem, volhardende in het gebed en uitziende naar de komst van de Heilige Geest. Het zijn de discipelen en vrouwen, onder wie Maria, de moeder van Jezus, en ook Zijn broers. Allemaal eenvoudige mensen, zeker geen hoogstaande intellectuelen. Dat is kenmerkend voor het Pinksterfeest: het is een feest voor het gewone volk. De belofte luidt ook dat de geest over alle mensen zal worden uitgestort. Iedereen hoort daar bij!

“Ja over al mijn dienaren en dienaressen zal ik mijn geest uitgieten, zodat zij zullen profeteren” Dat zijn wij toch, die dienaren en dienaressen? Dat betekent niet, dat we in een soort extase en opwinding moeten komen, een soort geestesvervoering. Nee, zo is het meestal bij ons niet, als wij Pinksteren vieren. Wij blijven gewone nuchtere mensen. Aan ons doen en laten is niets vreemds te onderscheiden. En toch is er iets met ons gebeurd. We hebben een bezieling ontvangen. Ons leven staat voortaan in een ander perspectief: van buiten lijken we heel gewoon, maar van binnenuit broeit er iets nieuws. We raken los van onszelf en staan gericht op de toekomst, de toekomst van de Heer. De toekomst van de Heer is daar en wij, wij staan er al middenin!

Het zit niet in het spectaculaire, het zit in het gewoon menselijke, dat gewijd is door de Geest, waardoor toch je leven in een ander licht en perspectief  komt te staan. Geen hoogdravende toestanden, geen geestelijke hoogstandjes! Dat wordt met Pinksteren en na Pinksteren niet van ons gevraagd, maar gewoon een warm kloppend hart en een vurige geest. Natuurlijk, het is af en toe heerlijk om van de aarde weg te dromen in hemelse zaligheid. Maar voor een Christen, die uit Pinksteren leeft, geldt toch “Wees nuchter en waakzaam”. Want we zijn nog niet in de hemel. Voorlopig zitten we nog op aarde en hebben hier onze taak te vervullen. God doet er wel een dosis bezieling bij, gelukkig maar, want daardoor kunnen we onze taken beter volbrengen. Met deze bezieling kunnen we stand houden tegen de druk in. Met deze bezieling kunnen we ons ook rijk voelen, hoewel we arm zijn, en sterk, ook als we zwak zijn, en gezond, al zijn we ziek of gehandicapt, en blij, al zijn we soms ook vreselijk bedroefd. De vruchten van de Geest, zegt Paulus, zijn liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, betrouwbaarheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

Die bezieling brengt mensen ook dichter bij elkaar. Mensen kennen en herkennen elkaar aan dat vuur en zo ontstond de eerste Gemeente. Mensen warmen zich ook aan het Pinkstervuur en zo ontstond de Diaconie en het Werelddiaconaat, Kerk in Actie. Mensen worden ook geestdriftig door datzelfde vuur en zij gaan de Heer verkondigen, zij gaan profeteren in woord en daad, zó ontstond de zending. Met Pinksteren houden we nog steeds de wereldzendingscollecte. Discipelen werden apostelen, toen zij de Heilige Geest hadden ontvangen. En zo is het nog steeds! Als wij zelf warm zullen zijn, kunnen we ook anderen warm maken. Daar ligt ook onze Pinksteropdracht: mensen warm maken! Licht geeft licht!

Bezielde mensen als wij zijn, laten we steeds opnieuw bidden, wat Maarten Luther bad met de woorden van Gezang 239 vers 3:

Ontsteek een licht in ons verstand
En maak tot liefd’ ons hart bereid,
Geleid met milde vaste hand
Ons zwakke vlees in zekerheid.

Geertje Bodde

Reacties zijn gesloten.