Meditatie

naar aanleiding van Openb. 1:12-20…

 Wanneer Jezus aan Johannes verschijnt, weet de oude discipel eerst niet hoe hij het heeft. Als dood valt hij aan de voeten van de verrezen Heer, overweldigd door Zijn verschijning. Kennelijk had Johannes Jezus nooit eerder in deze opstandingshoedanigheid leren kennen. Ik verwonder me er steeds weer over dat de leerling die heel dicht bij de Meester leefde, nog zó ontzettend van Hem schrikt. Maar dat ligt echt aan mij. Ik bedenk dat deze jongere van Jezus zich door de dezelfde Opgestane Heer had laten zenden. Verwonderd denk ik: “Johannes, deze 7 Gemeenten zijn door jouw inzet ontstaan. Je moet je Heer inmiddels toch wel ten voeten uit kennen zoals Hij is?” Toch vergis ik me. De Heer is waarlijk opgestaan!! Dat wist Johannes ook wel natuurlijk. Maar nu moesten hij en ik/wij nog ontdekken wat de essentie is van die belijdenis voor de toekomst van Zijn Kerk. Kijk eens Johannes: Jezus heeft de hele wereld in Zijn hand! Kijk eens broeder en zuster: Jezus heeft jouw leven in Zijn hand! En aan alle voorgangers is de boodschap: Jezus draagt je aan Zijn hart. Maar wij moeten deze belijdenis toch óók nog in zijn volle omvang leren verstaan. Die belijdenis is eerst vreeswekkend wanneer Jezus zomaar in je leven verschijnt maar – geprezen zij Hij – vervolgens is zij vertroostend. Johannes werd door de verschijning van Christus bijzonder verrast én bijzonder vertroost.

De Opgestane spreekt Zijn Woord ook tot ons. Ook wij ontvangen het zowel vreeswekkend als vertroostend. In een 7-voudig refrein via de 7 brieven aan de 7 boodschappers van God, aan de 7 Gemeenten in Klein-Azië, laat de Opgestane zeggen: Ik leef! Vrees niet! Ik weet wie je bent, Ik ken de omstandigheden waarin je leeft. Ik ben trots op de dingen die je goed doet en Ik heb een paar dingen nog op te merken over de dingen die niet goed gaan. Wees niet bang! Verbeter de dingen die beter moeten, maar ga vooral door met de dingen die goed gaan en Ik zal je op allerlei manieren belonen.

 

De toestand in de wereld is vreeswekkend; de waarheid is tot een mening gedegradeerd; het leven zelf is een mallemolen. Ook voor de Kerk van Jezus Christus. In die hele toestand schildert de Geest ons Jezus, die staat in het midden van Zijn Gemeenten in Klein Azië. Die Gemeenten staan op hun beurt model voor de kerk van alle tijden en plaatsen. In het belijden van de kerk verbeelden we Jezus hangend en zittend: Jezus hangt in het midden tussen de zondaars. En Jezus zit op de troon van God.  Maar in het leven van Zijn Gemeente staat Jezus centraal. Jezus heeft het voor het zeggen, Hij neemt het Woord en wij ontvangen dat Woord en moeten er wat mee. Anders zijn wij Zijn Gemeente niet. Dat is een vreeswekkende gedachte. En laten we niet te snel zeggen dat het zelfs voor zo een kerk die Hem buitensloot (Laodicea) een wonder mocht worden, dat zij tóch op Zijn Woord kon rekenen.

Klop, klop…..! vervreemd van Hem zegt zij: “wie is daar?” “Jij,” zegt Hij. Dat is de troost.

Pas aan het eind van de Openbaring komt háár hoge woord er uit: “Kom!”

Met een hartelijke groet, ds. Wim v.d. Griend.

 

 

Reacties zijn gesloten.