Meditatie

Overal waar de Geest van God hen bracht… Ezech. 1:20

Het is weer vakantietijd. Vakantie komt van ‘vacare’ en dat betekent leegte. Het kan ook ‘open staan’ betekenen, dan gaat het over dingen die niet zijn ingevuld, dingen waarin je vrij bent. Vakantie is om allerlei redenen goed. Vakantie is een tijd voor recreatie en een tijd van bezinning op jezelf en op God en op wie de ander voor je is. Vacare kennen we ook in ‘vacature’. In overdrachtelijke zin kan het duiden op dat er ‘niets en niemand’ is, en dan voel je de leegte van gemis. Die leegte laat zich niet zo maar vervullen.

Een ruimte zo open als de woestijn; of leven onder de open hemel, is als een tijdje op de camping wel mooi, maar soms… kan stilte oorverdovend zijn, kan die openheid en alleen-zaamheid je ook angst aanjagen. Het volk Israël wenste zich na de bevrijding uit Egypte, op kamp subiet weer terug naar de gevreesde wereld. Je geloof in God-die-je-niet-kunt-zien, werkt dan ook niet altijd even sterk. In zulke omstandigheden mocht Ezechiël juist iets groots van God zien als “de heerlijkheid van de HEER.” De profeet beschrijft de aanwezigheid van God als een goed geoliede machine.

Ah, dat is zo mooi: we zien niets anders dan de aanwezigheid van God; die als de Geest bij de mensen woont, zoals de evangelist Johannes later over Jezus zal spreken: “Gód heeft onder ons gewoond!” (Joh. 1:18) Johannes gebruikt in dat vers het Griekse woord voor kamperen; nu even hier, dan weer daar. Zo hebben wij Hem leren kennen, zegt hij. En zo is God nog aanwezig. Als wij ’s zondags de kerk verlaten, dan blijft God daar natuurlijk niet, maar dan gaat hij met ons mee!

De God van Israël zal – bij tijd en wijle –ons als Zijn heiligdom vervullen, ons sturen en ons besturen. God Zélf daalt soms af en zet hier en daar mensen in dezelfde beweging als Hij met de engelen doet: Laat Uw wil op aarde gebeuren, zoals het in de hemel is, bidden we….. of het nu vakantie is of niet.

Waar wij in de drukte van ons bestaan de rust zoeken en vinden, dan wel waar wij in de leegte (in de ruimte) worden gezet, daar daalt God Zelf af en aan, om even met ons te zijn. En volgens Psalm 118:7a doet Hij dat dan via de mensen die ons in de leegte en de laagte nabij durven komen en ons daar helpen.

Zo moet het zijn: dat wij gaan, waarheen de Geest wil gaan; dat is de weg die Jezus ging, in de woestijn. Want dáár is God; dát is God: waar alles in een zee van kleuren samenspeelt. Er is in Gods ‘machine’ eigenlijk geen enkele ruimte om zelf je richting te bepalen. Hoor de stem die tot je spreekt! En ga de weg die God je wijst.

Ezechiël zegt aan het slot van zijn eerste visioen: “Toen kreeg ik kracht om op te staan en ik hoorde Gód spreken”. Wat is dat een bemoediging voor de mens die op vakantie het zelf allemaal niet meer weet en op God is aangewezen! Er kwam weer beweging in het leven van deze broeder. Want God ging met hem. Moge de HEER ook zo met u gaan, waar u ook bent; waar u ook heen gaat; waar u ook staat of heen geleid zult worden of terug zult komen. Ga met God, want dan zal Hij met u zijn.

Met een hartelijke groet, ds. Wim v.d. Griend

 

Reacties zijn gesloten.