Meditatie

Overpeinzing bij Hebreeën 5 vers 12

De eerste christenen hadden, enkele jaren na Pinksteren, nog geen Bijbel en geen theologische geschoolde sprekers.

De discipelen vertelden het goede nieuws van het evangelie. Velen werden gelovig en vertrouwden op Jezus voor vergeving van zonden en uitzicht op het eeuwige leven. Door het getuigenis van de eerste gelovigen werd het goede nieuws doorverteld en hun verhalen werden bevestigd door wonderen en tekenen en machtige daden door de heilige Geest (Hebreeën 2: 4; Marcus 16: 20). Welk een kracht heeft het geloof wanneer het wordt beleefd en doorgegeven onder leiding van Gods geest.

Het evangelie heeft ook ons bereikt. Een voorrecht dat wij boven de eerste christenen hebben is dat er nu samenkomsten worden gehouden met theologisch onderrichtte sprekers. We kunnen beschikken over de Bijbel en zelfs geloofsopbouwende boeken zijn beschikbaar. De eerste christenen hadden dat niet. Ze beschikten hoogstens over een fragment van een rondschrijven van de apostelen.

Hoe hielden onderhielden de eerste christenen hun geloof? Zij hadden Jezus als Heer aanvaard en geloofden het evangelie. Regelmatig kwam men bij elkaar aan huis en gebruikten samen een maaltijd. Zij vertelden elkaar over de omgang met God. Ze bevroegen elkaar zodat ze  scherp bleven. Vrijuit om te spreken over twijfel en wie in zwakte tot zonde was gekomen werd in liefde geholpen om op het rechte pad te komen (Hebreeën 3:13). Verdriet, zorgen en vreugde werden gedeeld. Zij wisten dat Jezus in staat was om de menselijke zwakheden mee te voelen en mee te lijden (Hebreeën 4:15).

Het geloof kan verflauwen. De auteur van Hebreeën heeft een ernstige vermaning aan een gemeenschap: Want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars behoordet te zijn, hebt gij weer nodig, dat men u de eerste beginselen van de uitspraken Gods leert, en gij hebt nog melk nodig (en) geen vaste spijs (Hebreeën 5 vers 12).

De gelovigen van deze gemeente hadden leraars moeten zijn. Zij die met kennis en geloofservaring hebben opgedaan en in staat dat over te kunnen dragen aan anderen. Bekwaam om het evangelie uit te leggen, toe te passen en anderen te helpen groeien.

Is zo’n verwijt een jonge gemeente wel terecht, zo kort na Pinksteren? Hadden ze niet wat meer tijd nodig om het geloof te laten groeien voordat ze onderwijs konden geven? Het verwijt was dat ze in hun geloof stil waren blijven staan. Waar geen groei is gaat of is de gemeente dood. De aangeschreven gemeente moest opnieuw, terwijl ze de eerste geloofsbeginselen kenden, opnieuw gaan werken om volwassen te worden in het geloof.

In de vervolg verzen laat de schrijver de eerste beginselen van het geloof liggen maar ze zijn wel een belangrijk deel van het fundament, zoals stoppen met kerkelijk werk zonder geloof of Gods leiding. Net zoals het dopen, zegenen, eindtijd en opstanding tot de eerste beginselen behoren. Onder de leiding en gave van de heilige geest konden de gelovige leraars zijn.

De wereld, de sociale contacten en de wereldse zaken hadden de overhand gekregen. Het geloofsgesprek verflauwde en maakte plaats voor oppervlakkige praat. Gods geboden werden steeds minder ernstig genomen. Het alles hielp mee om de kracht van het evangelie te doven. De vijand, de duivel, kreeg de kans om de ene na de andere verleiding neer te leggen. De geloofspraktijk van iedere dag werd een religieus ritueel. Het ligt zo vlak voor de hand en geen mens is daar ongevoelig voor. Daarom moeten we op elkaar toezien, elkaar aanspreken over ons geloofsleven. Is er genoeg liefde in de gemeente om twijfel en onrust te delen en vrijmoedig om gebed te vragen?

Laten we op elkaar acht geven en aanvuren tot liefde en goede werken en ons niet afkeren zoals sommigen dat doen. Bemoedig elkaar temeer daar de dag van Jezus terugkomst nadert (naar Hebreeën 10: 24,25; zie ook 3 vers 13).

De eerste christenen hadden, enkele jaren na Pinksteren, nog geen Bijbel en geen theologisch geschoolde sprekers. Toch zouden zij al leraars kunnen zijn. Zij hadden wel elkaar en de geestesgaven waren beschikbaar. Globaal genomen horen wij vijftig preken en overdenkingen per jaar. De concurrentie met de wereld is moordend. Sla acht op elkaar en streef naar het leraarschap.

 

Jaap Zondag

Reacties zijn gesloten.